10 februari, 2021

Bemoedig!

Hoe betrekken we ons beter bij de inwoners uit de gemeente Voorst? Inderdaad: hoe sluiten wij aan bij inwoners in plaats van andersom? In een geïmproviseerde studio in het Kulturhus stond deze vraag tijdens de eerste Zodus unlocksessie centraal. Ferenc van Damme zette zijn ideeën uiteen over hoe we de democratie nieuw leven moeten en kunnen inblazen. De deelnemers aan de sessie keken thuis via een livestream mee.

Ferenc werkt als communicatiestrateeg voor de provincie Overijssel en houdt zich bezig met participatie. Met onder meer proeftuinen, spreekbeurten en als adviseur werkt hij aan tweerichtingsverkeer. En doet hij ervaring op met co-creëren met de steeds groter wordende groep inwoners die zich niet vertegenwoordigd voelen door instituties en overheden.

Ferenc gooit er in het begin van zijn presentatie maar even een waarschuwing tegenaan: “Democratie is een groot goed. Maar zoals hij nu is ingericht is ie niet lang meer houdbaar. We hebben hem laten versloffen.” Ferenc legt ons in historisch en sociologisch perspectief uit wat er gaande is en reikt handvatten aan om een andere weg in te slaan.

Veranderingen gaan snel
Historisch gezien leven we in een tijd waarin veranderingen ongelooflijk snel plaatsvinden. De kennis die je op een vierjarige opleiding opdoet, is tegen de tijd dat je klaar bent al weer gedateerd. We bereiken straks de fase van singulariteit: wat we kunnen verdubbelt in een seconde. Ferenc: “Sommige vinden dit interessant en zien allemaal kansen. Anderen vinden het hartstikke eng en maken zich zorgen. Deze verschillende emoties moeten we respecteren.”

Deze technologische veranderingen maken dat het openbaar bestuur gaat veranderen. Want misschien kan een algoritme wel betere beslissingen maken dan een wethouder. En wegen hoeven niet eens meer beheerd als iedereen in de toekomst gebruikt maakt van de taxidrones.

Verschillende bloedgroepen
Tegelijkertijd voelt een steeds groter wordende groep zich niet meer vertegenwoordigd door dat openbaar bestuur. “En maak je geen illusies. Voor het overgrote deel van de samenleving zijn wethouders, ambtenaren en de gemeenteraad allemaal hetzelfde; dat is de gemeente,” zo stelt Ferenc.

Voorafgaand aan de unlocksessie hebben we allemaal een motivaction-test gedaan die mensen indeelt naar hun levensinstelling. En ja hoor, de uitslag is zoals Ferenc verwacht had: net als overal zijn de professionals in het sociaal domein de postmaterialisten, kosmopolieten, en post-moderne hedonisten. Mensen die vanuit idealen werken. “Een met uitsterven bedreigde menssoort,” aldus Ferenc. Terwijl het overgrote deel van de inwoners opwaarts mobielen zijn en moderne burgerij. Mensen die met een veel praktischer inslag leven. “Op hun virtuele tijdlijn, grijpen zij die dingen aan die op dat moment passen in hun leven of die ze op dat moment begrijpen.” Ferenc verduidelijkt het met een voorbeeld: “Mijn 12-jarige dochter heeft geen idee van wat een omroep is. Het doet er voor haar niet toe. Ze heeft Netflix, TikTok, Youtube en zo af en toe kijkt ze iets op NPO. Genoeg platformen om uit te kiezen en die a la minute voorhanden zijn.”

Deze groep, die pragmatisch is en structuurzoekers zijn in die veranderende samenleving, is groeiende. Terwijl de groep verantwoordelijken juist kleiner wordt. En die groep is juist dominant in het openbaar bestuur, maar ook in de besturen van vrijwilligersorganisaties, de kerk en andere plekken in het maatschappelijk middenveld.

Ofwel, op gemeentelijk niveau zijn er twee problemen: de bloedgroep van de gemeentelijke professionals en die van de inwoners verschilt enorm. Waardoor ze elkaar nauwelijks bereiken. En de bloedgroep die nu dominant is in de gemeenten en de sport- en andere vrijwilligersverenigingen besturen, wordt steeds kleiner. Waardoor er steeds minder mensen beschikbaar zijn. “Nederland draait op een krimpende ijsschots,” aldus Ferenc.  

Naar een oplossing
Hoe zorg je er voor dat deze twee groepen met elkaar gaan samenwerken? Al sinds de koning in 2013 er over sprak in de troonrede, wordt er gestreefd naar een participatiesamenleving. Elk beleidsdocument staat er mee vol, maar de praktijk is weerbarstiger stelt Ferenc.

“Kijk, als het gaat over het strooibeleid, daar moet je geen cocreatie willen. Dan handel je gewoon. Maar als het gaat over een nieuwe woonvorm of de bomenkap in een gebied, dan gaat het heel erg om de mensen die er wonen. Het belangrijkste dat je moet doen als bestuurder is loslaten en vertrouwen. Op die inwoner. Geef ze echt zeggenschap.”

Wat je vooral niet moet doen, is namens de inwoners gaan denken. Een participatie-avond in de wijk aankleden door Frans Bauermuziek te draaien? In verkiezingstijd in een volkswijk pannenkoeken gaan bakken? Niet doen. “Blijf jezelf, je wordt anders gewantrouwd. Dat is nu sowieso al. Mensen hebben weinig vertrouwen in politici en ambtenaren.”

Maar hoe dan wel in contact komen? Want de inspraakavonden, meedenkdagen en burgerpanels worden toch altijd bevolkt door de verantwoordelijken. “Als je nou aan die groep verantwoordelijken vraagt om de volgende keer allemaal een structuurzoeker of een pragmatist mee te nemen naar het volgende participatiemoment, hebben we al heel gauw een veel gemengdere groep. En iedereen heeft wel zo iemand in zijn omgeving. Dat is stap één.”

En betrek als het om samenwerken gaat met inwoners al die verenigingen, organisaties of bedrijven die wel al een band hebben in de buurt. “Als je alleen als gemeente komt co-creëren in de buurt, sta je al met 3-0 achter. Want ja, je bent wel de vijand. Ik probeer altijd eerst de connectie te zoeken met bijvoorbeeld de korfbalvereniging of de snackbar.”

Bemoedig en unlock je eigen box
En vervolgens is het aan bestuurders om de moed te hebben om te luisteren, zich kwetsbaar op te stellen. “Unlock je eigen box aan normen en waarden. Accepteer dat mensen anders in het leven staan en stel je daarvoor open. Kijk ook naar jezelf. Zie wat je eigen talenten zijn en waar je beperkingen liggen. Heb het lef om niet de standaardroute te volgen. Wie vertrouwen geeft, krijgt het terug. En dan gebeuren de mooiste dingen.”

Ferenc gelooft ook niet in de huidige opdeling in domeinen. “Alles is met elkaar verweven. Elk thema heeft al een economische, sociale, ruimtelijke component. Je kunt veel beter bij een bepaald onderwerp gaan kijken hoe je de vaardigheden van mensen kan benutten. En dan kan wethouder X met de inwoners in gesprek en zorgt wethouder Y dat de organisatie en logistiek piekfijn op orde is. Ik geloof echt dat je daarmee veel meer bereikt.”

Tot slot vraagt gespreksleider Quirijn hoe de bezoekers van het webinar die door Ferenc’ verhaal geïnspireerd zijn, hier morgen direct iets mee kunnen doen. “Klein beginnen,” is Ferencs devies. “Hoe concreter, hoe beter.”

Toegepast op de vraag hoe jonge mantelzorgers nog eerder in beeld kunnen komen bij instellingen die hen kunnen ondersteunen, improviseert Ferenc:”Al op 5- 6- jarige leeftijd kun je dit onderwerp bespreekbaar maken. Je kunt een filosofisch gesprek voeren. De vraag hoe je het goed doet in het leven, kun je begrijpelijk maken voor deze groep. Zorgen voor een ander is daar onderdeel van. Je kunt kinderen vragen of ze dat al doen.”

Het onderwerp bespreekbaar maken is dus heel belangrijk. Daarvoor is een aantal dingen nodig, stelt Ferenc: “Een welwillende schooldirecteur, een juf of meester die hier ook interesse in heeft en iemand die de vertaalslag maakt naar het niveau van een vijfjarige. In een proeftuin kun je hiermee aan de slag.”

Nog een laatste tip van Frenec: “Gun elkaar de bal. Politiek gewin zoeken is weinig vruchtbaar. Wie samenwerkt aan het gezamenlijk doel komt verder.”